Home SpeesCees Zaden Producten Kweek Webshop Contact

Vrouwelijk Zaad, hoe doe je dat?

Interview met SpeesCees (mr. XX)

uit de Highlife voorjaar 1999

Er is de laatste tijd heel wat ophef ontstaan over 100% vrouwelijk zaad. En terecht, want dit kan wel eens de grote ommekeer betekenen in de kwekerswereld. Immers, nu is het mogelijk om zonder (illegale) stekken de tuintjes vol te zetten met vrouwelijke planten, die bovendien als zaailing veel meer opbrengen dan de stekken.

Als eerste is Highlife erin geslaagd om met foto’s te komen van dit wonder der techniek en manipulatie. Maar wat misschien nog veel interessanter is; we hebben een interview met de veredelaar van deze planten, die een tipje van de sluier oplicht en ons deelgenoot maakt met de technieken en materialen die tot nog toe alleen bekend waren bij slechts een paar mensen. Deze persoon is een liefhebber puur sang en heeft geen enkele behoefte om zijn kennis om te zetten in keiharde valuta. Het is een man met een visie en in zijn verhaal ligt een boodschap, zowel voor de veredelaars van zaad als voor iedere blower in Nederland. Omwille van discretie noemen we de super freak Mister XX, wat gezien de materie een zeer toepasselijke naam is.

Highlife: Beste XX, kun je ons om te beginnen vertellen wat jouw al die jaren heeft gedreven? Want bij een zo ingewikkelde materie zul je er toch veel tijd in hebben gestoken en veel tegenslag zijn tegengekomen?

Mister XX: “Ik was inderdaad al jaren aan het experimenteren, voordat ik een beetje resultaten kreeg. Maar het is de aard van het beestje om me vast te bijten in zaken die me interesseren, zeker als het voor de rest van de wereld ook een nog niet opgelost vraagstuk is. Door alle tegenslagen die ik onderweg ben tegengekomen, wordt bij mij de wil om te slagen alleen maar sterker. Het enige nadeel van al die jaren experimenteren was, dat er nagenoeg geen rookwaar van af kwam. Geloof me, deze materie is voor mensen die hun eigen blowtje willen groeien echt niet aan te bevelen. Maar gelukkig heb ik die fase nu achter me gelaten.”

Waarom heb je al die jaren aan het produceren van vrouwelijk zaad gewerkt, en wat wil je er mee gaan doen nu je de formule hebt ‘gekraakt’?

“Mijn goal was om van werkelijke potente XX planten minimaal een natuurlijke gezonde hoeveelheid vrouwelijk zaad te trekken. Toen ik na ‘eeuwig’ experimenteren zover was, begon ik met het doorkweken van dit zaad, om te zien of er na verloop van tijd verval optrad.

Toen kwam ik al gauw tot de ontdekking dat de stof waar ik mee werk ook te gebruiken is om de planten een stuk voller te laten bloeien, binnen een kortere periode dan we gewend zijn. Maar daar hebben we het later wel over, want voor mij is dit niet zo interessant. Zeker niet omdat ik daarmee de broodkwekers wijzer maak, die zich veelal van pesticiden en andere zaken bedienen, alleen maar voor de poen. Daar de kansfactor binnen mijn beleving erg klein is, en omdat andere mensen binnen het wereldje met vrouwelijk zaad op de markt kwamen, wou ik dit niet meer onthouden aan degenen die ook in deze materie geïnteresseerd waren. Met andere woorden: ik wil aangeven dat de stof die door mij gebruikt wordt, vrij van gif is en toch zeer goed werkt.”

Onze interesse heb je helemaal, dus vertel je verhaal maar, om te beginnen bij het begin.

“Om XX zaad te kunnen produceren heb je een 100% XX plant nodig. Vaststellen of een plant werkelijk zuiver is en dus een XX- plant is, mag niet al te veel problemen geven. De cyclus met regelmaat verstoren door met licht shockeffecten op te roepen, is een geijkte methode om hermafrodieten zich bloot te laten geven. Optimaal gaat het, als je tijdens dit shocken wat extra CO2 toedient. Maar zorg ook dat je op tijd extra sporenelementen toedient. Door al die rare moves gebruiken ze veel extra’s, vooral magnesium heb ik gemerkt. Heb je uiteindelijk een of meerdere zuivere vrouwen, dan worden die de bases van de te veredelen soort. Maar pas goed op, want er zijn maar heel weinig zuivere XX planten, hoe raar dat ook klinkt. Onachtzame kruisingen in het verleden, met vooral Aziatische soorten, hebben genetisch gezien in de diepte veel hermafrodieten teweeg gebracht. Hierdoor komt het voor dat je na verschillende zuivere generaties toch nog hermafrodieten kunt zien opduiken. Dus als een plant niet zuiver XX is, kan het stuifmeel ook niet zuiver XX zijn. Dit is erg frustrerend want dan is al het werk bij voorbaat al voor niks geweest!

Maar goed, uitgaande van het gegeven dat we een XX plant gevonden hebben, gaan we verder kijken. Na jarenlang geklooi, zoeken en experimenteren, was ik drie jaar terug zover dat ik het voor elkaar kreeg om een XX plant haar zelf te laten bestuiven. Maar echt opschieten deed het nog niet, omdat de lengte van de cyclus in verhouding tot de opbrengst teleurstellend was.”

De meeste mensen zouden al een gat in de lucht springen als ze zover zouden komen, maar we begrijpen dat jij toen pas begon, toch ?

“Ja dat gaf me een kick, maar dan wel zo van: En nu gaan we echt beginnen! Nu ben ik zo ver dat ook dit probleem is opgelost. Vandaag de dag kan ik een zuivere XX in elke staat brengen die ik zelf verkies, dat kan je ook op de foto’s zien.

Je ziet een plant die op drie zijtakken, drie verschillende bloeiwijzen laat zien. Een vreemd en onnatuurlijk gezicht, maar wel heel spannend voor mij. Want hier lag voor mij de weg naar goed en potent vrouwelijk zaad. Maar ook (na wat later pas bleek) de weg naar een 30 tot 40% meer volle bloei van de dames, en een kortere bloeitijd van wel bijna een week. Hiermee toon ik aan dat het mogelijk is van de plant één of meerdere takken verschillend te behandelen. Zoals je ziet kan ik nu zorgen voor volle trossen mannelijke bloemen in een XX bloem, die wel degelijk volop stuifmeel produceren.

Als er een of meerdere volle zussen van deze plant in volle bloei staan, zet je deze gemanipuleerde plant er tussen voor de bevruchting. Nu komt de bevruchting pas als de plant volle bloemtoppen heeft, en dat zal dus veel zaad gaan opleveren. Slechts een plant met wat flinke trossen man-bloemen kan er makkelijk voor zorgen dat een grote ruimte vol planten wordt bevrucht.”

Allemaal goed en wel, maar de vraag blijft hoe je die mannelijke bloemen in die plant krijgt. Lang genoeg gewacht, nu willen we ook weten wat voor middel je gebruikt! Brand los!

“Ik wil wel heel veel vertellen, maar niet alles. Er zijn verschillende stoffen waarmee je kunt manipuleren. De stof waar ik voor heb gekozen is Gibberelic acid, dat ook onder de Duitse naam GIBBERELLINSAURE te vinden is. Maar er zijn momenteel vijf verschillende uitvoeringen van Gibberelic en de kans is groot dat de fabrikant met andere samenstellingen komt. De reden dat ik voor dit middel heb gekozen is doordat ik het heb laten testen door Dr. Alink, de toxicoloog uit Wageningen. De uitslag kreeg ik op schrift en daarin staat zwart op wit dat het niet schadelijk is voor mens of dier (zie copy). Deze test is uitgevoerd zonder vragen of enige tegenwerking, wat aangeeft dat het voor iedereen mogelijk is om stoffen op schadelijkheid te laten testen. Dus met andere woorden: we kunnen veel minder schadelijk werken als wat algemeen wordt aangenomen. Quanta Costa, nul komma nul.

Gibberelic zuur is echter wel giftig op zichzelf. Het is vreemd dat de stof nog niet is opgenomen op de lijst van pesticiden die niet in het milieu mogen komen.”

Maar kun je die Gibberelic zo op de planten spuiten?

“Nee dat zou wel erg makkelijk zijn. Eerst zul je het moeten oplossen. Het oplossen van een heftig synthetisch zuur als Gibberelic is al een verhaal op zich. Tegenwoordig gebruik ik Natriumhydroxide, een erg agressief middel dat wordt gebruikt als ontstoppingsmiddel. Natriumhydroxide breekt erg snel af en levert toxicologisch gezien geen enkel gevaar op. Het vinden van de juiste verhouding is dan het volgende vraagstuk. Om er daarna achter te komen dat de staat van de plant soms vraagt om een specifieke verhouding, die afwijkt tot diep achter de komma. Als je niet tot op een paar cijfers achter de komma kunt wegen, dan gaat het ook niet goed lukken. Zo nauwkeurig komt het er op aan. De verschillen in doses zijn zo klein, dat het aanmaken ervan meer dan een precies karwei is. Een bevriende apotheker kan uitkomst bieden, maar ook die kan vaak maar wegen tot 0.05 gram. Maar vooral het juiste moment kiezen is het grootste probleem.”

Als al deze dingen kloppen, dan is het dus nog slechts een kwestie van bespuiten en klaar is Kees - ik bedoel XX?

“Ja, daar komt het kort samengevat wel op neer. Natuurlijk is de realiteit veel ingewikkelder, maar ik heb al een flink stuk van de sluier opgelicht. Ik heb dit gedaan omdat ik vind dat blowend Nederland recht heeft om te weten wat er gebeurt. Dus bij deze dit stukje van mijn ervaringen binnen deze materie. Ik hoop dat de mensen die zich bezig houden met het manipuleren, de stoffen die ze gebruiken laten testen op de toxicologische waardes. Dit kost niets en levert geen lastige vragen op bij de onderzoekers. Voor mij is de enige manier om de mensen te informeren over welke stoffen je gebruikt, die van het vermelden op de verpakking. De tijd dat kwekers en veredelaars met erg giftige stoffen ‘moesten’ werken, zoals Colchicine, is verdomme echt al lang voorbij.”

Tot zover het verhaal van een interessant en gedreven persoon die zonder financiële bedoelingen zijn kennis wil delen en wil waarschuwen tegen de gevaren door het gebruik van pesticide. Na afloop van het interview kregen we een handvol zaad om te proberen. Van dat project houden we je zeker op de hoogte.